Ontvangst

Franca-Treur-De-woongroepDe woongroep heeft een merkwaardige ontvangst. Recensenten van dienst van Volkskrant, NRC en Parool laten er geen spaan van heel, Trouw, Knack, Humo, Reformatorisch Dagblad, Telegraaf, Margriet en Nieuwe Koers vinden de roman juist heel geslaagd.

Heleen Spanjaard noemt De woongroep in de boekenrubriek van Margriet nummer 6 een ‘amusante en scherpe roman’. Lees haar artikel hier.

Rob Schouten recenseert De woongroep voor Trouw:  ‘De woongroep’ leest als een trein.’ Schouten noemt het ‘een rechttoe rechtaan zedenroman in de trant van het hedendaagse naturalisme. Goed en effectvol gedaan, zonder karikaturaal te worden.’ Wel vindt hij dat de roman als een nachtkaars uitgaat.

Joost van Velzen, cultuurredacteur Trouw schrijft in dezelfde krant:‘Treur blinkt uit in levensechte dialogen en vlotlopende zinnen, heeft een Paulien Cornelisse-achtige antenne voor hedendaags taalgebruik die van de 338 pagina’s geen enkel probleem maken.’

Bart Vannegeren (Humo): ‘Je hoeft geen gezaghebbend futuroloog te zijn om te kunnen voorzien dat de woongroep Elenoor nooit de gedroomde uitweg uit haar richtingloosheid kan bieden. Maar dat stoort het leesplezier allerminst, dankzij de zorgvuldige opbouw van de plot en vooral de prettige zelfbewust-laconieke verteltoon.’ Het had volgens hem nog beter gekund. ‘Toch bewijst Treur in haar roman over een crisisgeneratie op zoek naar een zingevend verhaal zelf vervulling in het schrijven gevonden te hebben. In ‘De woongroep’ zoemt geen eendagsvlieg.’ Lees de hele recensie hier.

Daniëlle Serdijn noemt in de Volkskrant Elenoor ‘een naïef geval’ en hekelt juist de opbouw van het boek, ‘de lange aanloop’, ‘de schimmige zijlijnen waaronder de relatieproblemen van Elenoor’. Ook de stijl vindt ze niets, met ‘germanismen als ‘iemand interessants’ en een handvol zinnen in ‘onvervalst koeterwaals’.

Ook Karin Overmars valt in het Parool over ‘iemand interessants’. ‘Boeiend wordt het nergens,’ schrijft ze verder. ‘Gelukkig loopt het wel goed af.’ Meer dan één ster is het boek volgens haar niet waard.

Annet de Jong in de Telegraaf is enthousiast over De woongroep en noemt het een ‘roman die je geregeld laat schaterlachen.’ In een tweede artikel zegt ze: ‘Schrijfster Franca Treur kleurt de zoekende Elenoor mooi in. Een grappige, vreemde vrouw die zich wat kinderlijk gedraagt. {…} Een prima, bij vlagen erg geestig boek.’

In de Groene Amsterdammer vraagt Keest ’t Hart zich af: ‘Waarom heeft Treur er niet een schepje bovenop gegooid? […] Waarom niet een flitsende roman over een woongroep ergens op Cuba met schurken, met bloedbaden, orgieën, zinloze oorlogen en banale piraterij?’

‘t Hart vindt De woongroep een sombere roman en lijkt zich er bijna over te verbazen dat ‘Treur er wel degelijk in slaagde empathie voor haar Elenoor op te roepen. Ze laat haar benarde heldin niet vallen, sterker nog, je krijgt het idee dat ze ons ervan wil overtuigen dat zij zelf ook minstens voor een deel Elenoor is. Dat versterkt de impact van haar roman. Af en toe klinkt overigens zeker ironie door.’ Voor abonnees is de recensie hier te lezen.

Enny de Bruijn recenseert De woongroep voor het Reformatorisch Dagblad en probeert de agressie in sommige negatieve recensies te verklaren. Daarom een paar lange citaten:

‘Voor reformatorische lezers die gefascineerd waren door Dorsvloer vol confetti is er aan dit verhaal waarschijnlijk minder te beleven en te herkennen. De personages staan verder weg en het beschreven levensgevoel kan op de gemiddelde kerkmens vervreemdend of zelfs ontluisterend overkomen. Maar ook voor het brede Nederlandse lezerspubliek lijkt dit een moeilijker boek. Wie zelf niet (meer) gelooft, kan makkelijk genieten van een hoofdpersoon die vervreemd raakt van een boerenwereld waarin kerkgangers de toon aangeven. In De woongroep komt het conflict evenwel dichterbij: de hoofdpersoon zet zich af tegen het gezapige burgerbestaan: gezin, kinderen, vaste baan, auto voor de deur de sleur van de middelmaat.

Dat zal hier en daar irritatie oproepen, want de gemiddelde lezer ís nu eenmaal zo’n keurige burger met een gezin en een auto en heeft niet altijd behoefte om op de schaduwzijden van dat bestaan gewezen te worden. Met de mond belijden veel literatuurliefhebbers wel dat het een van de functies van literatuur is om te knagen en vragen te stellen en de mens met zichzelf te confronteren, maar soms is het gewoon fijner als die confrontatie over andere mensen gaat, en niet over jezelf.

Het knappe van Treur is daarbij wél dat ze niet in zwart-wittegenstellingen vervalt. Hoofdpersoon Elenoor schokt in het eerste hoofdstuk tijdens een kraambezoek haar omgeving nog met de opmerking dat veel moeders soms de neiging hebben om hun baby uit het raam te gooien. Maar in het laatste hoofdstuk zit ze beneden in de tuin een commode uit te zoeken bij http://Ikea.nl , drinkt ze thee uit een kopje en gaat ze samen met haar vriend praten over de aankoop van een huis en het afsluiten van een hypotheek. De ene lezer zal dat ervaren als de tragiek van huisje-boompje-beestje , de andere als acceptatie van en overgave aan het leven. Het is maar wat je wilt zien.

Tussen dat eerste en laatste hoofdstuk is er dan de woongroep, met excentrieke bewoners die een spoor in de wereld willen achterlaten, maar niet goed weten hoe. […] Franca Treur weet het levensgevoel van deze twintigers en dertigers uitstekend te typeren, met trefzekere woorden en subtiele observaties. Ze laat mooi zien hoe mensen zich vastklemmen aan idealen en tegelijkertijd openstaan voor corruptie van die idealen hetzij doordat ze gevoelig zijn voor geld, doordat ze verliefd worden of gewoon doordat ze lui zijn. Vrolijk word je daar als lezer niet van, maar misschien is dat ook niet de bedoeling.’ Lees de hele recensie hier.

Rien van de Berg in het christelijke Nederlands Dagblad baalt van de ‘reflexen die je verwachten kunt van iemand die afrekent met het christelijk geloof: die gaat de regeltjes van het geloof overboord gooien. De onlosmakelijke drie – liefde, seksualiteit en trouw – worden uit elkaar gehaald.’ Even later schrijft hij: ‘Treur kan tevreden zijn omdat haar stijl overeind blijft. Vooral haar humor is een wapen. Deze roman moet ze niet te lang koesteren, maar ze kan wel de conclusie trekken dat ze een schrijfster is. Literatuur is levensbeschouwing, en ook op dat punt fascineert de schrijfster. Treur, daar komen nog goeie boeken van.’

Roderick Six schrijft in Knack Focus: ‘Treur behoeft weinig promotie: een eerste inkijk in De woongroep is veelbelovend. Vooral de manier waarop ze met enkele rake zinnetjes onbehagen oproept en de wankelmoedige Elenoor neerzet, doet ons naar meer dorsten.’ In een tweede artikel over De woongroep noemt hij het een ‘meerlagige roman’ vol ‘dubbele bodems waar je aanvankelijk los over leest. Treur schrijft zo vloeiend dat de pagina’s soms te vlot weghappen en je de weerhaakjes mist. Pas bij herlezen merk je hoe gelaagd haar roman is.’

John Jansen van Galen (1940), journalist, schrijver en presentator van Met het Oog op Morgen, heeft erg van De woongroep genoten, en noemt het ‘bijzonder geestig en soepel geschreven’. Bekijk hier de radio-uitzending.

Maxim Februari (1963), columnist NRC Handelsblad: ‘Vanaf die mistroostige titel tot de capitulatie aan het eind is dit een onthutsend boek. Voor mij zit hem dat niet in het al dan niet slagen van maatschappelijk activisme, maar in de genadeloze manier waarop Franca je de banaliteit van het leven voorschotelt. Die banaliteit kwam je al op diezelfde onthutsende manier tegen in haar vorige roman – daar in de religieuze variant, hier in de grootsteedse versie. De kleinheid van mensen, de wezenloosheid, de ongeïnformeerde stelligheid; door de schrijver en haar hoofdpersoon vanaf zekere afstand met radeloosheid waargenomen. De stupiditeit van het gewoel.

En nu kan ik komen met een oordeel over het boek; ik kan uitroepen hoe grappig het is en hoe goed Franca Treur schrijft, want zij schrijft altijd weer opmerkelijk goed en dat is zeldzaam, ook voor een schrijver, maar na dit genadeloze boek te hebben gelezen, ben ik bang dat deze schrijver ook niet zit te wachten op mijn kleine banaliteiten en stompzinnigheden.’ Lees meer.

Thomas de Veen (1986), recensent jeugdboeken NRC, vindt De woongroep een overbodig boek en hekelt met name ‘de anticlimax’: ‘De grootste tegenvaller is dat de ambities van Elenoor uiteindelijk toch gefnuikt worden, waardoor Treur haar belofte niet waarmaakt.’

Tjerk de Reus (1971), literatuurcriticus De Nieuwe Koers en het Friesch Dagblad, schrijft: ‘Franca Treur heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Haar nieuwe roman biedt een mooie, ironische blik op de samenleving.’ Lees meer.

 

 

Over Dorsvloer vol confetti:

‘Uitzonderlijke, tijdloze roman van een schrijfster in hart en nieren.’ juryrapport selexyz debuutprijs

Wijs en vermakelijk boek.’ nrc handelsblad ****

‘Een boek boordevol informatie over een wijze van leven, met prettige beschrijvingen en uitdrukkingen.’ het parool ****

‘Betoverende roman.’ de volkskrant ****

Voor meer pers over Dorsvloer vol confetti, zie francatreur.nl/dorsvloervolconfetti